Op verzoek van forumbezoeker Erik opent LIA een nieuwe discussie over de invoering van een rekentoets bij het eindexamen.
Hij schreef op 17 oktober 2009:
"Kinderen kunnen niet rekenen, dus wat doen we? We geven ze een extra toets. En het VO mag het oplossen. Klinkt als mensen in het diepe gooien als oplossing voor niet kunnen zwemmen. Misschien moet je ze leren zwemmen? Wanneer er tijd voor is? Namelijk: op de basisschool?”
LIA is het wel met Erik eens, maar …… gebeurt er na de middelbare school niet precies hetzelfde? Op hogescholen en universiteiten moeten studenten worden bijgespijkerd in Nederlands en wiskunde, omdat zij met onvoldoende bagage van havo of vwo komen. Deze door ons afgeleverde middelbare scholieren belanden via de PABO weer voor de klas op de basisschool en de cirkel is rond.
Misschien moet er eens worden gekeken waaròm de basisschool leerlingen met onvoldoende kennis en kunde aflevert. Zouden daar wellicht dezelfde problemen spelen als bij ons: te grote klassen met teveel probleemkinderen, overbelaste meesters en juffen, enzovoorts.
Daarnaast speelt mee dat waar de lat van hogerhand te laag wordt gelegd, leraren en leerlingen geneigd zijn zich daaraan aan te passen. Zowel op de basisschool als op de middelbare school. Geen breuken en staartdelingen in de citotoets (dat lazen we ergens), waarom dan uitentreuren daarmee oefenen? Op de middelbare school: bij iedere toets een GRM toestaan, waarom dan nog leren rekenen? Bij iedere toets een stapel woordenboeken op de bank: waarom dan nog zorgen voor spellingvaardigheid en woordenschat?
Kortom: het is wel heel makkelijk te wijzen naar onze toeleveranciers, maar in het VO wordt ook niet altijd meer de kwaliteit geleverd van weleer.
Er zijn grofweg twee manieren om tot goed onderwijs te komen. Ofwel je
zet de beste mensen voor de klas (intelligent, hoogopgeleid, veel kennis
en kunde, een hoog arbeidsethos, en dus hoge eisen stellend aan
kinderen). Dan komt er bij de meesten vanzelf goed onderwijs uit. (Ja,
ik ken ook tegenvoorbeelden, maar het gaat nu om de grote lijn.)
Een tweede manier is externe sturing. Geregelde centrale toetsing van
essentiële kennis en vaardigheden. Zodat duidelijk wordt waarin
leerlingen én scholen tekortschieten of voldoen. Een voordeel van deze
manier is dat er eenzelfde norm voor alle scholen en leerlingen kan
worden aangehouden. Hoe de school zorgt dat leerlingen aan deze normen
voldoen, mag de school zelf weten. Denken ze met beunhazen goed
onderwijs te kunnen geven, dan is dat de zaak van de school.
OCW heeft er praktijk van gemaakt om niet het beste, maar het slechtste
van deze manieren te combineren: NIET de beste mensen voor de klas halen (maar iedereen die bereid is een zeer drukke baan aan te nemen
voor weinig geld en met weinig status) en GEEN geregelde centrale toetsing.
In de 16 tot 18 jaar voordat een leerling bij het eindexamen komt, maakt
hij/zij geen enkele verplichte centrale toets. Daardoor kan elke
basisschool een eind raak klooien en adviezen geven wat ze willen - want
de feitelijke leeropbrengsten kent niemand. Dus ook niet de tekorten
daar in. Als scholen zelf toetsen, gebruiken ze eigen normen. En als ze
extern genormeerde toetsen gebruiken, zijn de resultaten niet openbaar.
Dat schiet dus niet op.
Willen we het reken- en taalonderwijs nog voor het jaar 2050 verbeteren,
dan moeten we dus razendsnel manier 1 aanwenden (lukt niet, te duur, te
langzaam) of manier 2 (goedkoper maar bedreigend voor de zwakke scholen en leraren).
Pragmatisch zeg ik dan: laat maar komen, die toetsen. De nieuwe
'doorlopende leerlijnen' ofwel 'referentieniveaus rekenen en taal'
kunnen daar een cruciale rol bij spelen. En resultaten moeten publiek
gemaakt worden.
Hannes Minkema | 27-10-2009 01:45:31  
Nieuw onderzoek laat zien dat het lagere niveau van rekenen op de basisschool niet veroorzaakt wordt door een andere methode, maar door het lagere niveau van de Pabo-docenten. Dat was natuurlijk ook logisch, als zij de cito-toets al niet (bijna-) foutloos kunnen maken.
Prima, laat maar komen die rekentoets, maar dan ook een centrale na de onderbouw VO, zodat nu eens echt in kaart kan worden gebracht wanneer men afhaakt. En dan er ook een apart vak van maken. (want geen examen zonder specifieke voorbereiding).
eco | 05-11-2009 16:51:26  
@Eco: Dat nieuwe onderzoek (je doelt kennelijk op het rapport van de KNAW-sommissie over het rekenonderwijs) heeft een andere conclusie dan jij schrijft. De conclusie is *niet* dat de methode er niet toe doet, maar dat we, door gebrek aan onderzoek, nog niet weten of (en in welke mate) de methode er toe doet.
Daarom kan de commissie, die immers zelf geen onderzoek doet maar zich verlaat op resultaten van reeds uitgevoerd onderzoek, niet de conclusie trekken dat traditioneel rekenen beter werkt dan realistisch rekeken. Of het omgekeerde.
Het is en blijft dus zeer wel mogelijk (en ik acht het zelfs waarschijnlijk) dat de slechtere rekenresultaten wel degelijk veroorzaakt worden door de aangehangen didactiek (over het algemeen: realistisch rekenen oftewel 'verhaaltjessommen').
Daarnaast kan het niveau van de PO-docenten een rol spelen. Zoals jij zelf ook aangeeft: voor die verklaring is alle reden. Maar ook die verklaring heeft de KNAW-commissie niet onderzocht. Ook als deze verklaring juist is, kunnen we natuurlijk niet de 'schuld' leggen bij de individuele docent. De schuld treft degene die de incapabele docent aanstelt, of laat aanstellen. Oftewel het schoolbestuur en de overheid.
Je pleit voor rekentoetsen op 15-jarige leeftijd. Ook ik ben daar voor. Maar dan moeten we ook een centrale toets aan het einde van de basisschool invoeren. Zodat we kunnen zien waar het écht mis gaat: in het basisonderwijs of in de onderbouw.
Zo'n centrale toets invoeren is niet moeilijk. Wat nodig is, is a) de CITO-toets verbeteren op het gebied van de rekenvaardigheid en b) deze toets centraal stellen (wordt nu al door ca. 80% van de kinderen gemaakt).
Een van de problemen is het gebrek aan verantwoording door de basisschool. Wie zegt mij dat een kind dat een vwo-advies krijgt, echt op vwo-niveau kan rekenen? Niemand. Idem voor vmbo-t en havo-niveau. Het is en blijft natte-vingerwerk van de leerkracht op de basisschool, met wat hulp van de CITO-toets. Dat kan een stuk beter.
Hannes Minkema | 06-11-2009 12:40:32  
Gebrek aan verantwoording van basisscholen vind ik wel erg kort door de bocht.Het wordt moeilijk,als leerkracht, aan de taal/rekennorm te kunnen voldoen als van de 20 (start) kleuters, dus 4 jarigen, van 15 verschillende nationaliteiten zijn,in 1 klasje en dus helemaal geen nederlands spreken. De bekende babylonische spraakverwarring is legendarisch op veel basisscholen in het westen.Je bent dus jaren druk in de weer om de kinderen nederlands aan te leren, en meestal ook de ouders,en dan wordt het rekenvaardigheden bijbrengen, ook wel zeer ingewikkeld.
elly | 16-11-2009 10:58:07  
Elly, het is niet de taak van de leerkracht om alle problemen met taal- en rekenachterstand op te lossen. Het is de taak van de leerkracht om te zorgen dat kinderen met een taalachterstand goed kunnen leren. Dat doet aan de noodzaak tot verantwoording niets af. We moeten toch niet de verantwoordingsplicht laten vervallen, omdat er toevallig veel allochtone kindertjes naar die school gaan? Ook, of juist dan is die verantwoording nuttig. Dan kunnen we het probleem tenminste recht in de ogen kijken.
Wat we nu zien, is dat op scholen met autochtone en allochtone kinderen er maar een marginaal verschil is in het aantal doublures. Alsof die hele taalachterstand niet bestaat, of er niet toe doet! Op de school van mijn kinderen is ook 95% allochtoon en begint de meerderheid in groep 1 zonder noemenswaardige Nederlandse taalvaardigheid. Toch gaan ze bijna allemaal over, jaar na jaar. Er bestaat geen drempel. Aan het einde krijgen de meeste kinderen een vmbo-advies en dat was het dan. Ze houden precies dezelfde taalachterstand van gemiddeld twee jaar als in het begin!
Puur een gevolg van het feit dat scholen en docenten zakken met de normen als de leerlingen slechter gaan presteren. Dan moet toch de hele bups door naar de volgende groep, en wordt ook daar weer gebogen met de normen.
Externe toetsing, althans toetsing naar externe normen, helpt om duidelijkheid te krijgen over de feitelijke status en vooruitgang van de leerlingen op het gebied van taal en rekenen. Ik vind dat dit prioriteit verdient. Juist omdat dan duidelijk wordt dat juffen en meesters op een zwarte school heel wat meer bergen te verzetten hebben dan juffen en meesters op een school met kindertjes een hoge SES en navenante taalvaardigheid.
Nu blijft alles in het ongewisse. In vier jaar tijd heb ik van mijn kinderen nog niet één uitslag van een gestandaardiseerde toets gehoord. Dat vind ik raar. Juist voor een school waar aandacht voor taal voorop staat (moet staan).
Else Verwoerd | 16-11-2009 13:46:33  
Zo werkt het inderdaad Else. Maar geen enkele basisschool waagt zich eraan om een hele klas te laten doubleren of een verlengde groep 8 te starten puur vanwege de taalachterstand. Daar word je als basisschool wel op afgerekend. Dan maar liever alles naar het vmbo en die de zaken laten opknappen. Er hoeft maar een basisschool het startsein te geven dan volgen er vanzelf meer. Nu die reken/taal toetsen er gaan komen, gaat dat wel gebeuren in de nabije toekomst. Dat voorspel ik je nu al.
elly | 16-11-2009 19:26:42