Lid worden

Wat krijg je voor 90 euro per jaar?

  • Behartiging van de belangen van de leraren in het primair en voortgezet onderwijs
  • Inclusief rechtshulp bij vragen of problemen op uw werk
  • Faciliteiten op de website
  • Maandelijks de LIA-nieuwsbrief
Meld je nu aan

Laatste reacties

2013-04010 Slechte tweede correctie

10-04-2013
Dekkers woede over tweede correctie leraren getuigt weer van falend onderwijsbeleid
 
‘Twee derde van de tweede correctoren kijkt niet alle werken of alle vragen per kandidaat na’ schrijft staatssecretaris Sander Dekker in een brief aan de Tweede Kamer (28 maart). Hij vindt dit niet acceptabel. Een belangrijke oorzaak die genoemd wordt in het rapport waarop Dekker zich baseert, is gebrek aan tijd en ondersteuning door de scholen.

De staatssecretaris toont zich een slecht of in ieder geval selectief lezer van dit door hem zelf aangevoerde rapport. De belangrijkste oorzaak van de slechte tweede correctie noemt hij in zijn brief namelijk niet: leraren worden voor de tweede correctie afgescheept met een fooi. Leraren krijgen in de meeste gevallen 2 euro per werk met een maximumbedrag van ongeveer 40 euro. Dat is dus bijvoorbeeld 40 euro voor het nakijken van het werk van 30 examenkandidaten van een andere school.

Niets hierover in de brief van Dekker. Ook niet in de maatregelen die Dekker aankondigt. Hij gaat de inspectie inzetten om bij de komende examens extra te controleren. Hij gaat de besturen, schoolleiders en de VO-raad aanspreken op het uitvoeren van de regels van correctie van de eindexamens en het faciliteren van de tweede correctie. Dekker kondigt ook een pilot aan om te bekijken of er niet een voor leraren minder belastende tweede correctie mogelijk is, zonder concessies te doen aan de kwaliteit.

Het is goed om te horen dat de staatssecretaris zich bekommert om de werkbelasting van leraren, maar het is symptomatisch voor het onderwijsbeleid van de laatste jaren dat dit beleid vooral met de mond beleden wordt zonder dat er geld tegenover staat.

Een treffend voorbeeld is dat de nullijn voor leraren van de afgelopen jaren het effect van de doorstroming van leraren naar hogere salarisschalen voor een groot deel heeft tenietgedaan. Tussen 2010 en 2012 is 4.8%  aan loonbijstelling door de nullijn niet uitgekeerd (beleidsdoorlichting Actieplan Leerkracht van Nederland).

Een ander voorbeeld dat op dit moment voor spanningen en problemen op scholen zorgt en waarvan in het bijzonder jonge leraren de wrange vruchten plukken, is het zogenaamde entreerecht dat in 2014 ingaat. Het doel van het entreerecht is onder meer om hoog opgeleiden in het onderwijs te krijgen. Aanvankelijk zouden eerstegraads leraren die minimaal één les in de bovenbouw geven van havo of vwo recht hebben op een hogere salarisgroep.

Leraren konden hun ogen en oren niet geloven: zou er nu werkelijk geïnvesteerd gaan worden in de kwaliteit van de leraar? Het ging echter wederom om window-dressing. Men levert namelijk gewoon de middelen niet om het plan te financieren. Inmiddels is de regeling al weer beperkt tot de verplichting om minimaal 50 procent les in de bovenbouw te geven. Juist deze beperking zorgt nu weer voor een negatief effect op veel scholen. Er ontstaat een tweedeling tussen overwegend jongere leraren die in de onderbouw werken en overwegend oudere leraren die in de bovenbouw werken.

Een groep leraren zal van het entreerecht profiteren, maar juist nu moeten we doorpakken en het entreerecht voor iedere eerstegraads leraar realiseren. Dat is investeren in kwaliteit. Gaan we door op de huidige weg, dan zullen nog meer jonge academici het onderwijs snel weer verlaten of niet eens het onderwijs binnenkomen. Niet alleen omdat het salaris niet marktconform is, maar juist ook omdat ze geen kans hebben op lessen in de bovenbouw.

Je kunt onderwijspolitiek niet alleen met woorden bedrijven. Als je echt wil investeren in de kwaliteit van de leraar, zoals dit kabinet zegt te doen, zal het voor meer financiële middelen moeten zorgen. In crisistijd is dit lastig. Daarom moeten we ook eens goed kijken naar hoe de beschikbare middelen worden ingezet. Veel geld gaat naar het secundaire onderwijsproces en allerlei adviesbureaus, om falend beleid door te lichten of, zoals nu weer, problemen bij de tweede correctie te onderzoeken. Dit laatste onderzoek is in ieder geval volstrekt overbodig. Iedereen begrijpt dat kwaliteit geld kost. If you pay peanuts, you get monkeys.

Betaal leraren dus gewoon fatsoenlijk voor de tweede correctie en geef hen voldoende tijd. Een alternatief is om het werk uit te besteden aan goed betaalde en gefaciliteerde externe correctoren. In het licht van de eerlijkheid voor leerlingen en de hoge werkdruk van leraren is dat laatste waarschijnlijk de beste oplossing.